Prospectief

Update: April 2016

Prospectieve analyse van laparoscopische pancreasstaart-resecties na training

Studies uit internationale expertcentra laten superieure uitkomsten zien van laparoscopische pancreasstaart-resectie, vergeleken met de open pancreasstaart-resectie. In Nederland (2005-2013) werd 10% van alle pancreasstaart-resecties laparoscopisch uitgevoerd en gaf 85% van de pancreaschirurgen aan deel te willen nemen aan training in die techniek. De haalbaarheid en impact van een landelijk trainingsprogramma zijn onbekend.

Van 2014-2015 namen 32 pancreaschirurgen uit de 17 centra van de Dutch Pancreatic Cancer Group deel aan het landelijke trainingsprogramma in laparoscopische pancreasstaart-resecties (LAELAPS), wat bestond uit gedetailleerde techniekbeschrijving, videotraining en proctoring in de operatiekamer door (inter)nationale trainers. Uitkomsten voor training (2005-2013) werden vergeleken met uitkomsten na training (2014-2015).

In totaal ondergingen 201 patiënten een laparoscopische pancreasstaart-resectie; 71 in 9 jaar voor training versus 130 in 22 maanden na training (7-voudige toename,< 0.001). Het conversiepercentage (38% (n=27) versus 8% (n=11), < 0.001) en operatieve bloedverlies (350 (105-1000) versus 200 (50-400) mL, = 0.03) daalde na training, ondanks een toename van ASA III patiënten (8 (11%) versus 34 (26%), = 0.01), pancreaskanker (7 (10%) versus 28 (24%), = 0.03) en tumorgrootte (23 (18) versus 34 (20) mm, < 0.001). Er was geen verschil in Clavien-Dindo ≥ III complicaties (15 (21%) versus 19 (15%), = 0.24). In de periode na training was de opnameduur korter (9 (7-12) versus 7 (5-8) dagen, < 0.001). De 30-dagen mortaliteit was 3% versus 0% (= 0.12).

Het landelijke LAELAPS trainingsprogramma bleek haalbaar en werd gevolgd door een toename in het gebruik van de laparoscopische benadering, ook bij patiënten met pancreaskanker, en een daling van het conversiepercentage. Gerandomiseerde studies, zoals de lopende LEOPARD trial, zullen de werkelijk meerwaarde van de laparoscopische pancreasstaart-resectie ten opzichte van de open pancreasstaart-resectie moeten uitwijzen.



Hoofdonderzoeker: Dr. M.G.H. Besselink, chirurg AMC m.g.besselink@amc.nl
Studiecoördinator: Dhr. T. de Rooij, onderzoeker heelkunde AMC t.derooij@amc.nl