Centralisatie van pancreatoduodenectomie in Nederland

In dit afgeronde onderzoek analyseerden DPCG onderzoekers (uitvoerders Roeland de Wilde, Marc Besselink, hoofdonderzoeker Quintus Molenaar) de landelijke PRISMANT database om te zien of er een centralisatie van pancreatoduodenectomie in Nederland is opgetreden. Aanleiding voor de studie waren eerdere studies van prof. Gouma waarbij wel een relatie tussen hoog volume en lage mortaliteit werd aangetoond in Nederland maar geen verschuiving in volume werd gezien.

In 2011 werden op de volgende 5 (inter)nationale congressen de resultaten van een DPCG onderzoek naar centralisatie van pancreasoperaties gepresenteerd: European HepatoPancreatoBiliary Assocation te Kaapstad (Zuid-Afrika), European Pancreatic Club te Magdeburg (Duitsland), Chirurgendagen te Veldhoven, Nederlandse Vereniging voor Gastroenterologie Najaarvergadering te Veldhoven en de Highlights E-AHPBA te Zeist.  

Dit onderzoek toont dat er in de periode 2004-2009 een duidelijke centralisatie van pancreatoduodenectomie (PD) heeft plaatsgevonden in Nederland. Het aantal ziekenhuizen dat nog PDs verricht daalde van 48 naar 30 in 2009 en het percentage patienten dat in een laag-volume ziekenhuis werd geopereerd daalde van 47% naar 8%.

De sterfte daalde van 10.1 naar 5.3%. In de verschillende categorien (0-4, 5-10, 11-19 en >20 PDs per jaar) was de ziekenhuissterfte na PD respectievelijk 14.7%, 9.8%, 6.2% en 3.5%.

Bij patienten ouder dan 70 jaar was de sterfte na PD in elke volumecategorie verdubbeld.

De DPCG concludeert dat de centralisatie succesvol verloopt maar nog niet voltooid is. Door verdere centralisatie zal de sterfte, met name bij ouderen, dalen.